direct naar inhoud van 3.3 Provinciaal en regionaal beleid
Plan: Nieuw-Vennep Hoofdweg bij 1128
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0394.BPGnwvhoofdweg1128-E001

3.3 Provinciaal en regionaal beleid

Structuurvisie Noord-Holland 2040 (2010)

In de structuurvisie Noord-Holland beschrijft de provincie hoe ze de veelzijdigheid van Noord-Holland wenst te bewaken en op welke manier ze met ontwikkelingen als globalisering, klimaatverandering en vergrijzing omgaat. De structuurvisie schetst hoe de provincie er in 2040 moet komen uit te zien. Door de ruimtelijke ordening waar nodig aan te passen, kan met de veranderingen worden omgegaan. Daarnaast kan dit door de bestaande kwaliteiten verder te ontwikkelen. De aspecten waarop de structuurvisie zich daarom richt zijn de volgende:

  • klimaatbestendigheid: de provincie zorgt voor een gezonde en veilige leefomgeving in harmonie met water en gebruik van duurzame energie;
  • ruimtelijke kwaliteit: de provincie zorgt voor behoud van het Noord-Hollandse landschap door verdere ontwikkeling van de kwaliteit en diversiteit;
  • duurzaam ruimtegebruik: de provincie zorgt voor een regionale ruimtelijke hoofdstructuur waarin functies slim gecombineerd worden en goed bereikbaar zijn nu en in de toekomst.

Het plangebied maakt deel uit van het metropolitane landschap en van het gebied dat is aangewezen als gebied voor recreatie om de stad. De gemeente Haarlemmermeer is voornemens om het gebied tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep om te vormen tot het grootschalig groen- en recreatieterrein Park21. Binnen deze ontwikkeling is de ontwikkeling van het crematorium landschappelijk en functioneel inpasbaar.

afbeelding "i_NL.IMRO.0394.BPGnwvhoofdweg1128-E001_0003.jpg"

Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie(2009)

De Provinciale Ruimtelijke Verordening van de provincie Noord-Holland geeft een beschrijving waaraan bestemmingsplannen, projectbesluiten en beheersverordeningen moeten voldoen. Voor de doorwerking van het in de structuurvisie vastgelegde beleid naar gemeenten toe, heeft de provincie een provinciale ruimtelijke verordening opgesteld. Deze verordening is het aangewezen instrument als het gaat om algemene regels omtrent de inhoud van gemeentelijke bestemmingsplannen of projectbesluiten. Wel zal hierin duidelijk het provinciaal belang hiertoe naar voren moeten komen.

Op de kaart, behorende bij de verordening (zie uitsnede figuur 3.2), zijn de Zuidrand en het plangebied aangeduid als 'Landelijk gebied'. Hierbinnen zijn nieuwe ontwikkelingen niet zonder meer toegestaan. Voor ontwikkelingen buiten het Bestaand Bebouwd Gebied kunnen Gedeputeerde Staten ontheffing verlenen, indien de noodzaak is aangetoond, aangetoond kan worden dat de ontwikkeling niet binnen bestaand bebouwd gebied kan plaatsvinden door middel van verdichting of herstructurering en voldaan wordt aan de ruimtelijke kwaliteitseisen die zijn opgenomen in de verordening.

De ontwikkeling dient daarbij rekening te houden met de kernkwaliteiten van het landschap, de openheid van het landschap, de historische structuurlijnen en de cultuurhistorische objecten in de omgeving. Deze kernkwaliteiten zijn benoemd in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie.

In hoofdstuk 4 zal worden ingegaan op welke wijze de ontwikkeling ingepast is in het landelijk gebied.

Daarnaast dient in dit gebied aandacht te worden besteed aan hoe bij nieuwe ontwikkelingen invulling is gegeven aan duurzaam bouwen en de inzet van duurzame energie.

In dit bestemmingsplan is in paragraaf 5.13 inzicht gegeven hoe invulling is gegeven aan duurzaam bouwen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0394.BPGnwvhoofdweg1128-E001_0004.jpg"

Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (2010)

Noord-Holland heeft een grote variëteit aan landschappen en een rijke cultuurhistorie. Elk van deze landschappen heeft zijn eigen kenmerkende elementen, patronen en structuren. Deze elementen geven identiteit aan een bepaald gebied. De provincie wil in het landelijk gebied nieuwe ontwikkelingen toestaan, maar aan de andere kant verantwoord omgaan met het landschap en de historie daarvan. Hiervoor is de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie opgesteld, waarin de visie op de gewenste ruimtelijke kwaliteit is opgenomen. Deze Leidraad dient als toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen.

In de Leidraad zijn verschillende landschappen aangewezen. Het plangebied valt binnen het landschap 'Droogmakerijen'.

De grote droogmakerijen herinneren aan de Gouden Eeuw. In deze tijd werden vele binnenmeren ingepolderd. De ringvaarten en ringdijken waren belangrijk bij de inpoldering van de binnenmeren. Veel van het land van de droogmakerijen kent nog het oorspronkelijke gebruik, echter in sommige delen heeft een verregaande verstedelijking plaatsgevonden. De samenhang van de droogmakerijen wordt gevormd door het samenhangend geometrisch poldersysteem van ringdijken, ringvaarten en waterlopen. De droogmakerijen hebben ieder hun eigen kenmerken, echter de basisontginning wordt gevormd door een rechthoekige kavel met vaste lengte- en breedtemaat. Dit is het polderblok, aan de randen liggen de zogenaamde polderzoomen. In onderstaande afbeelding zijn de belangrijkste ruimtevormen binnen het landschap weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0394.BPGnwvhoofdweg1128-E001_0005.jpg"