direct naar inhoud van 5.4 Flora en fauna
Plan: Nieuw-Vennep AT-station HSL-zuid
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0394.BPGnwvATstationHSL-E001

5.4 Flora en fauna

5.4.1 Beleid- en regelgeving

Flora- en faunawet

De Flora en faunawet bevat verbodsbepalingen met betrekking tot het aantasten van beschermde dier- en plantensoorten, hun nesten, holen en andere voortplantings- of vaste rust- en verblijfsplaatsen. Afhankelijk van de beschermde status van de soort geldt een vrijstelling of kan een ontheffing worden verleend door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moet worden onderzocht of de Flora-en faunawet de uitvoering van dit besluit in de weg staat. Dit zal zich voordoen, wanneer de uitvoering van het bestemmingsplan tot ingrepen noodzaakt waarvoor geen ontheffing kan worden verleend.

Natuurbeschermingswet / Nota Ruimte

Op grond van de Natuurbeschermingswet zijn gebieden aangewezen die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden (Natura 2000). In de Nota Ruimte zijn gebieden aangewezen die deel uitmaken van de zogenaamde ecologische hoofdstructuur.

5.4.2 Onderzoek

Bureau BK Ruimte & Milieu heeft ten behoeve van het onderhavige plan een oriƫnterend ecologisch onderzoek verricht3 (Bijlage 4).

Hieruit blijkt dat het plangebied geen deel uitmaakt van een beschermd natuurgebied (Natura 2000-gebied, Staatsnatuurmonument, Ecologische Hoofdstructuur).

Uit archiefonderzoek en recente ervaringen met omliggende projecten (de verbreding van de N207) blijkt dat qua soorten de bittervoorn en de kleine modderkruiper in de sloten voor kunnen komen. . Ten tijde van het bovengenoemde ecologisch onderzoek werd er nog vanuit gegaan dat de watercompensatieopgaaf binnen het projectgebied zou worden toegepast (door het verbreden van een watergang). Inmiddels is duidelijk dat de provincie de watercompensatieplicht overneemt (zie paragraaf 5.3.2). Hierdoor vinden er geen verdere activiteiten aan de watergangen plaats die een verstorend effect op de aanwezige vissen kan hebben.

5.4.3 Conclusies

Gelet op het voorgaande kan worden vastgesteld dat de bouw van het AT-station plaats vindt op een wijze die in overeenstemming is met de wet- en regelgeving ter bescherming van soorten habitats of natuurgebieden. Op grond van het voorgaande kan worden vastgesteld dat er geen ecologische belemmeringen bestaan tegen de bouw van het station.